Twee verdachten werden veroordeeld voor het geweld in Beverwijk. Bij een derde strandde de vervolging. De reden was een concreet gelijkheidsverweer van advocaat Wout Morra. De gefilmde aanval had ernstige gevolgen. Twee verdachten kregen ieder twee jaar cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Over de schuld van Morra’s cliënt gaf de rechtbank geen inhoudelijk oordeel. Morra wees niet alleen op andere aanwezigen. Hij vergeleek verklaringen, anonieme meldingen en de beschrijving van de beelden. Ook tegen de niet vervolgde persoon bestonden aanwijzingen van betrokkenheid. De rechtbank zag vergelijkbare aanknopingspunten. Het ontbreken van herkenbare gezichten verklaarde het verschil niet. Het OM gaf volgens de rechter geen objectieve rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling. Het OM heeft zelfstandige ruimte om over vervolging te beslissen. Niet ieder verschil is verboden. Maar in dit dossier vond de rechtbank het onderscheid in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het gelijkheidsverweer slaagde. Dat is geen uitspraak dat de verdachte onschuldig is. De procedure stopte bij de vraag of het OM hem onder deze omstandigheden mocht vervolgen. Door die beslissing werd de schadeclaim in deze zaak niet inhoudelijk beoordeeld. De niet vervolgde persoon is door de vergelijking evenmin veroordeeld. Beide grenzen horen bij een zorgvuldige uitleg. Morra’s gedocumenteerde bijdrage was de toetsbare vergelijking van dossiergegevens. De uitspraak is in eerste aanleg gedaan. Lees de analyse op Strafrecht in Nederland.