Een vrouw overlijdt na ernstig geweld in Enschede. De bewoner krijgt veertien jaar cel. Een andere man wordt van de zwaarste verwijten vrijgesproken, maar wel veroordeeld voor zijn eigen geweld. De rechtbank plaatste het geweld van de medeverdachte binnen vierenzeventig seconden. Die tijdlijn bewees niet wat later allemaal gebeurde. Zij begrensde wel welke handelingen aan hem konden worden toegeschreven. Advocaat Leon de Lange bestreed het bewijs voor de zwaarste beschuldigingen. Het ging om het eigen aandeel, het verband met het overlijden en de vraag of sprake was van nauwe en bewuste samenwerking. Ook het Openbaar Ministerie vond het verband tussen zijn geweld en het overlijden onvoldoende bewezen. De rechtbank sprak vrij van de zwaarste verwijten en vond ook geen medeplegen bewezen. De rechtbank vond dat hij met kracht had geslagen of gestompt en de kans op zwaar letsel had aanvaard. Niet alle verweren slaagden. Poging tot zware mishandeling bleef bewezen. Bij de strafmaat bestreed De Lange het meewegen van omstandigheden die niet waren bewezen. Tegenover een eis van twaalf maanden cel, waarvan vier voorwaardelijk, stonden honderd twee dagen cel en honderdtwintig uur taakstraf. De rechtbank rekende hem zijn forse geweld en het bagatelliseren daarvan aan. Het vonnis zegt dus niet dat ieder verweer is gevolgd, of dat de verdere avond volledig uit de strafmotivering verdween. De procesbijdrage zat in het scherp onderscheiden van handelingen, opzet, samenwerking en gevolgen. Lees de volledige analyse op Strafrecht in Nederland.