Tbs met dwangverpleging in de omroepstalkingzaak. Maar doxing werd niet bewezen en delen van de vervolging vielen weg. Die grenzen zijn essentieel om de uitspraak te begrijpen. Advocaat Tom van Assendelft de Coningh voerde verweren over de beschuldiging, de vereiste klacht, het bewijs en de maatregel. Het vonnis laat zien welke daarvan slaagden en welke niet. De rechtbank verklaarde de dagvaarding deels nietig voor de rechtspersonen. Voor medewerkers en familieleden zonder vastgestelde vervolgingswens was het OM niet-ontvankelijk. De verdediging maakte die grenzen concreet. Ook een zakelijk telefoonnummer kan een persoonsgegeven zijn. Het verweer op dat punt slaagde niet. De vrijspraak van doxing draaide om onvoldoende bewijs voor het vereiste oogmerk bij het delen. Belaging van één familielid werd bewezen. De verdachte was volledig ontoerekeningsvatbaar. Ook het OM vroeg ontslag van alle rechtsvervolging. De bron vermeldt geen verdedigingsstandpunt op dat onderdeel. De verdediging bestreed de noodzaak van tbs en wees ook op de wettelijke duurgrens. De rechtbank vond dwangverpleging nodig, maar maximeerde de tbs op vier jaar. Daarnaast werd langdurig toezicht opgelegd. De verdediging kreeg geen gelijk over het achterwege laten van tbs of het volstaan met een zorgmachtiging. De grens van vier jaar betekent ook niet dat daarna ieder toezicht automatisch eindigt. Dit vonnis onderscheidt vervolgbaarheid, bewijs, toerekening en maatregel. Juist dat maakt het advocatenwerk zichtbaar. Lees de analyse op Strafrecht in Nederland.