Zeven jaar geëist. Toch volledige vrijspraak. De rechtbank Rotterdam spreekt de hoofdhuurder aan de Schammenkamp vrij van alle beschuldigingen. Welk verweer hield de bewijsvoering tegen het licht? Bij de explosie van januari tweeduizend vierentwintig kwamen drie mensen om. Op zevenentwintig oktober tweeduizend zesentwintig volgde het vonnis. De ernst van de gevolgen verving geen persoonlijk bewijs. Advocaat Tim Scheffer vroeg volledige vrijspraak. De kern van die verdedigde positie: hoofdhuurder zijn bewijst niet dat iemand wist van alle activiteiten in een gedeelde bedrijfsruimte. Volgens de verdachte gebruikte een ander het afgescheiden achterste deel. De indeling kon niet meer worden gereconstrueerd. Direct bewijs dat hij wist van de bewerking van procaïne ontbrak. Procaïne is een versnijdingsmiddel voor cocaïne. Ook het Openbaar Ministerie vroeg vrijspraak voor het opzettelijk veroorzaken van de explosie. Het verschil met de verdediging zat in de overige beschuldigingen. Daarvoor wilde het OM wel een veroordeling. De rechtbank woog ook de leugen over zijn telefoon mee. Maar alle feiten samen bewezen de vereiste wetenschap niet. De door Scheffer bepleite volledige vrijspraak volgde; niet elk detail van zijn lezing werd daarmee bewezen. De rechtbank erkende het enorme leed en de schade. Door de vrijspraak zijn de schadeclaims in deze strafzaak niet inhoudelijk beoordeeld. Dat betekent niet dat er geen schade is geleden. Dit is een uitspraak in eerste aanleg. Een eventueel hoger beroep is voor deze analyse niet vastgesteld. Lees de volledige bespreking op Strafrecht in Nederland.