Rechtspraak Redactionele analyse

Een telefoon kan op de plaats delict zijn. De eigenaar hoeft daar niet te zijn.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Uitspraakdatum
14 september 2026
Meer deelopties
WhatsAppLinkedInE-mail

Vijf jaar gevangenisstraf in eerste aanleg. Vrijspraak in hoger beroep. Het verschil in de Drutense brandzaak draaide om een vraag die tussen alle digitale gegevens gemakkelijk uit beeld raakt: bewijst de locatie van een telefoon ook de aanwezigheid van de verdachte? Het hof vond op 14 september dat de alternatieve verklaring niet op voorhand ongeloofwaardig was. Mr. J.E. Kötter voerde de verdediging.

Dit resultaat verdient aandacht omdat de betrouwbaarheid van een technische meting iets anders is dan de juistheid van de conclusie die eraan wordt verbonden. Niemand hoefde te ontkennen dat de telefoon in de omgeving was. De vraag was wie hem daar had. Een strafverdediging die die ontbrekende schakel scherp houdt, beschermt meer dan één cliënt tegen een te snelle gelijkstelling van mens en apparaat.

Betrouwbare data kunnen nog steeds een onzekere gevolgtrekking opleveren

Locatiegegevens hebben overtuigingskracht. Ze lijken objectiever dan herinneringen en verklaringen. Maar objectieve gegevens kunnen onvolledig zijn voor de vraag die de rechter moet beantwoorden. Een toestel beweegt niet altijd met zijn eigenaar mee. Het hof beoordeelde daarom ook het alibi en de verklaringen van de verdachte, een medeverdachte en diens moeder.

Die verklaringen verschilden op onderdelen. Het hof vond echter dat de verschillen niet de cruciale punten raakten en dat de kern mogelijk overeenkwam met wat werkelijk was gebeurd. De verdediging had vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bepleit. Dat betekende niet dat zij zelf de alternatieve gang van zaken met absolute zekerheid hoefde te bewijzen. In het verschil tussen aannemelijke verdenking en overtuigend bewijs ligt de betekenis van dit hoger beroep.

Uitspraak en vindplaatsen: onderdelen Vrijspraak, bewijswaardering alibi en Beslissing.

Wat de verdedigde zaak concreet opleverde

Het arrest noemt mr. J.E. Kötter als raadsman en vermeldt het vrijspraakverweer. Het hof vernietigde de veroordeling en sprak vrij. Uit de bron blijkt niet wie het alibi heeft ontdekt of voorbereid; dat wordt hier niet aan Kötter toegeschreven. Wel is de waarde van de verdedigde rechtsvraag concreet zichtbaar: het bewijs moest de aanwezigheid van de persoon dragen, niet alleen die van zijn telefoon.

Bron: procesrol, beoordeling en dictum.

De uitkomst is sterk, maar vraagt om een precieze lezing

De hoofdstelling is dat bewijs van de aanwezigheid van een telefoon niet automatisch bewijs is van de aanwezigheid van de persoon die het toestel bezit, wanneer een concreet en niet op voorhand ongeloofwaardig alternatief voor het gebruik van die telefoon wordt onderzocht en het overige bewijs dat alternatief niet uitsluit.

Het hof vernietigde het vonnis waarin vijf jaar gevangenisstraf was opgelegd en sprak de verdachte vrij van de gehele tenlastegelegde brandstichting. Ook gelastte het hof teruggave van de inbeslaggenomen telefoon. Dat is een ingrijpend gunstige uitkomst. Tegelijk is het geen vaststelling dat de verdachte bewezen thuis was of dat het hof de alibi-versie als enige mogelijke waarheid heeft vastgesteld. De juridische reden was dat daderschap niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld.

Het arrest vermeldt ook de zware gevolgen voor slachtoffers: lichamelijk en psychisch leed en een voortdurende nasleep. Het hof benadrukte dat de vrijspraak niets afdoet aan de geloofwaardigheid van hun verklaringen of aan dat leed. Die passage is essentieel. Een zorgvuldige bespreking van bewijs mag de gevolgen van de brand niet bagatelliseren en mag evenmin de vrijgesproken verdachte alsnog als dader aanduiden.

Bron: officiële uitspraak.

Wat was de verdenking?

De zaak ging over een brandstichting op 2 februari 2025 bij een kinderschoenenwinkel in Druten. Volgens de tenlastelegging was een winkelruit vernield, was een brandbare stof gebruikt en was een brandend voorwerp naar binnen gegooid. De verdenking betrof brandstichting in vereniging, met gevaar voor goederen en mogelijk levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners van appartementen boven de winkel en voor passanten.

Dat de brand was aangestoken door drie daders stond volgens het hof niet ter discussie. De beslissende vraag was een andere: kon worden vastgesteld dat juist deze verdachte één van hen was? Die afbakening doet ertoe. Het hof sprak niet uit dat er geen brandstichting was. Het beoordeelde of het bewijs deze verdachte aan de brandstichting koppelde.

De rechtbank Gelderland had eerder wél bewezenverklaring aangenomen en een gevangenisstraf van vijf jaar opgelegd. Het hof behandelde het hoger beroep opnieuw en kwam tot een andere bewijsbeslissing. De overgang van een zware gevangenisstraf naar vrijspraak maakt de uitspraak opvallend, maar het resultaat berust op de specifieke bewijsconstructie in dit dossier.

Bron: officiële uitspraak.

Telefoondata waren belastend, maar niet het hele bewijs

De kern van het belastende bewijs bestond uit gegevens waaruit volgde dat de telefoon van de verdachte tijdens de brand in de nabijheid van de plaats delict was. Het hof benoemde dit als belastend bewijsmateriaal. Uit de vaststelling volgt echter niet zonder meer dat een telefoon op een exacte plek stond of dat de eigenaar hem zelf bij zich droeg. De betekenis van locatiegegevens hangt af van wat de gegevens precies aantonen en van de rest van het dossier.

Het hof overwoog dat van de verdachte een verklaring kon worden gevergd om de redengevendheid van dit belastende gegeven te ontzenuwen. De verdachte verklaarde dat hij zijn telefoon aan iemand anders had uitgeleend. Hij verklaarde daarnaast dat hij de hele nacht thuis bij zijn moeder was. Daarmee lag er niet alleen een ontkenning, maar ook een alternatieve uitleg voor de locatie van het toestel.

Dat maakt de zaak geen algemene handleiding dat een verdachte altijd moet verklaren. Het arrest beschrijft hoe het hof dit concrete belastende gegeven en de gegeven verklaring samen beoordeelde. Het stelt geen algemene verplichting vast om een alibi te bewijzen. De uiteindelijke vraag bleef of het hof op basis van wettige bewijsmiddelen overtuigd kon raken van daderschap.

Bron: officiële uitspraak.

Het alibi bestond uit meer dan één verklaring

Het hof keek naar de verklaringen van de verdachte, een medeverdachte en de moeder van de verdachte. De moeder was bij de rechtbank door de rechter-commissaris gehoord en verklaarde ook ter terechtzitting in hoger beroep, waar zij onder ede werd gehoord. Volgens de verklaringen was de verdachte thuis gebleven en had hij zijn telefoon uitgeleend. Hij kreeg die pas de volgende ochtend terug.

Die verklaringen kwamen op onderdelen niet met elkaar overeen. Het hof negeerde dat niet. Het maakte onderscheid tussen verschillen in details en verschillen die de kern van het alibi zouden raken. De vastgestelde afwijkingen betroffen volgens het hof niet de cruciale onderdelen. Daarom waren ze onvoldoende om de verklaringen al bij voorbaat als ongeloofwaardig terzijde te schuiven.

Het hof formuleerde vervolgens voorzichtig dat de verklaringen mogelijk in essentie weergaven wat werkelijk was gebeurd. Dat is geen positieve vaststelling dat elk onderdeel waar was. Wel betekende het dat de mogelijkheid openbleef dat een ander de telefoon bij de plaats delict had en de verdachte thuis was. Het belastende telefoongegeven sloot het alternatief dus niet uit.

Bron: officiële uitspraak.

Waarom de vrijspraak volgde

Om tot een veroordeling te komen, moest het hof op basis van wettige bewijsmiddelen de overtuiging krijgen dat de verdachte het ten laste gelegde had begaan. De telefoon was in de buurt geweest, maar de verdachte had een alternatieve verklaring gegeven. Verklaringen van drie betrokkenen ondersteunden die uitleg op de voor de kern belangrijke punten. De verschillen die er wel waren, deden daar volgens het hof onvoldoende aan af.

Daarom kon het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat de verdachte een van de drie personen was die bij de brand aanwezig waren. Het sprak hem vrij van het ten laste gelegde. Dit is een bewijsbeslissing over de individuele verdachte en dit dossier. De uitspraak identificeert de andere daders niet en biedt geen basis om partijen of niet-geanonimiseerde gegevens buiten de uitspraak te reconstrueren.

De vrijspraak is gunstig, maar zegt niet dat de bewijswaarde van de telefoon nihil was. Het hof vond het gegeven belastend en verwachtte dat een verklaring de redengevendheid ervan zou ontzenuwen. Het verschil zat in de beoordeling van het totaal: kon het bewijs, inclusief de alternatieve uitleg, de conclusie dragen dat deze verdachte de dader was? Volgens het hof niet.

Bron: officiële uitspraak.

Wat gebeurde er met de schadevorderingen?

Verschillende benadeelde partijen hadden schadevergoeding gevorderd. De rechtbank had sommige vorderingen niet-ontvankelijk verklaard en andere geheel of gedeeltelijk toegewezen. In hoger beroep moesten de nog voorliggende vorderingen opnieuw worden beoordeeld. Omdat de verdachte werd vrijgesproken van het feit waardoor de schade zou zijn ontstaan, verklaarde het hof de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen in het strafproces.

Dat is geen inhoudelijke beslissing dat er geen schade was of dat niemand aansprakelijk kan zijn. Het hof vermeldde dat de benadeelde partijen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen indienen. Ook de proceskosten werden zo gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten droeg. De uitkomst van het strafproces beëindigde dus niet automatisch iedere mogelijke civiele route.

Deze procedurele consequentie hoort bij een volledig beeld van de zaak. De verdachte kreeg een vrijspraak en zijn telefoon moest worden teruggegeven. De benadeelde partijen kregen in deze strafprocedure geen inhoudelijk toegewezen schadevergoeding. De vrijspraak maakt het leed niet ongedaan, en de niet-ontvankelijkverklaring beslist de civiele aansprakelijkheid niet.

Bron: officiële uitspraak.

De betekenis van deze zaak

Een vrijspraak na een veroordeling tot vijf jaar maakt de betekenis van hoger beroep tastbaar. Maar de bredere les is niet dat telefoondata onbruikbaar zijn. Het is dat de stap van data naar dader steeds moet worden uitgelegd en getoetst. Dat de verdediging die stap blijft bevragen, maakt de maatschappelijke betekenis van rechtsbijstand concreet.

Praktisch: hoe een alternatieve verklaring toetsbaar wordt

Wie met locatiegegevens wordt geconfronteerd, doet er in een echte zaak verstandig aan eerst precies te laten vaststellen wat de brongegevens meten, op welk tijdstip en met welke foutmarges. Een locatie-indicatie is niet automatisch hetzelfde als een waarneming dat de verdachte op die plek was. De verdediging moet zorgvuldig onderscheiden wat vaststaat, wat wordt afgeleid en wat een hypothese is.

Een alternatief gebruik van een toestel vraagt vervolgens om concrete controle. Wie had toegang, wanneer is het toestel uitgeleend, wat gebeurde er daarna en welke onafhankelijke gegevens kunnen dat ondersteunen? Ook getuigenverklaringen moeten nauwkeurig worden vastgelegd. Verschillen mogen niet worden weggemoffeld; beoordeel of ze de kern betreffen, wanneer de verklaring is afgelegd en of de getuige zelf iets heeft waargenomen.

Deze stappen geven geen garantie op vrijspraak. De uitkomst hangt af van alle bewijsmiddelen, de betrouwbaarheid ervan en de rechterlijke beoordeling. De uitspraak illustreert wel dat een alternatief scenario niet alleen op basis van abstracte aannemelijkheid wordt beoordeeld: de feitelijke details en samenhang zijn van belang.

Fictief voorbeeld: een uitgeleende telefoon

Stel dat Noor wordt verdacht van een inbraak omdat haar telefoon volgens telecomgegevens rond middernacht in de buurt van een bedrijfspand was. Noor zegt dat zij thuis was en de telefoon aan haar broer uitleende. Haar broer bevestigt dit, maar noemt eerst een ander tijdstip. Een buurvrouw zegt Noor thuis te hebben gezien, maar weet niet meer of dat vóór of na middernacht was. Camerabeelden tonen iemand met een capuchon, maar het gezicht is niet herkenbaar. Een zorgvuldige analyse vraagt dan welke tijdstippen de telecomgegevens werkelijk bestrijken, hoe nauwkeurig de locatie is, wanneer en waarom de verklaringen uiteenlopen, en of er onafhankelijke gegevens over het toestelgebruik bestaan. De rechter kan die verschillen zwaar vinden of juist niet doorslaggevend achten. Dit fictieve voorbeeld voorspelt geen uitkomst; het laat zien welke vragen de bewijsredenering moet beantwoorden.

Checklist bij een strafzaak met locatiegegevens

  • Vraag op welke bron en meetmethode de locatieconclusie berust.
  • Controleer tijdstippen, tijdzones, meetintervallen en mogelijke onnauwkeurigheid.
  • Scheid bewijs over het toestel van bewijs over de persoon die het gebruikte.
  • Leg een alternatief gebruik van het toestel concreet en controleerbaar uit.
  • Noteer getuigenverklaringen zorgvuldig en benoem verschillen openlijk.
  • Beoordeel of verschillen de kern raken of alleen details betreffen.
  • Vergelijk de verklaring met alle overige bewijsmiddelen, belastend én ontlastend.
  • Houd rekening met de gevolgen van een vrijspraak voor afzonderlijke schadevorderingen.

Vragen over deze uitspraak

Betekent deze uitspraak dat telefoondata geen bewijs zijn?

Nee. Het hof behandelde de locatiegegevens uitdrukkelijk als belastend bewijs. De beslissing volgde uit de beoordeling van dat gegeven samen met de verklaringen en het alternatieve scenario in dit specifieke dossier.

Is vastgesteld dat de verdachte thuis was?

Het hof stelde niet definitief vast dat elk onderdeel van het alibi waar was. Het oordeelde dat de kern mogelijk weergaf wat werkelijk was gebeurd en dat daderschap daarom niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld.

Waarom waren de verschillen in verklaringen niet doorslaggevend?

Het hof zag wel verschillen, maar vond dat die niet de cruciale onderdelen van het alibi betroffen. Daardoor waren ze volgens het hof onvoldoende om de verklaringen op voorhand ongeloofwaardig te noemen.

Kreeg de verdachte een vrijspraak na een eerdere gevangenisstraf?

Ja. De rechtbank had hem voor brandstichting in vereniging tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Het hof vernietigde dat vonnis, sprak hem vrij en gelastte teruggave van de inbeslaggenomen telefoon.

Ontvingen de benadeelde partijen schadevergoeding in deze strafzaak?

Nee. Na de vrijspraak verklaarde het hof hun vorderingen in het strafproces niet-ontvankelijk. Het hof vermeldde dat zij de vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen indienen.

Is de vrijspraak inmiddels onherroepelijk?

Dat blijkt niet uit het arrest. Het is uitgesproken op 14 september 2026 en vermeldt geen latere cassatieprocedure. Zonder een afzonderlijke actuele controle is de status na die datum onbekend.

Bij deze analyse

Bronnen

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2026-09-14 · ECLI:NL:GHARL:2026:5855 ↗

Verder lezen

Een redactionele bespreking van Strafrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →