Rechtspraak Redactionele analyse
170 op Snapchat, toch geen roekeloosheid: wat het A4-vonnis werkelijk onderscheidt
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraakdatum
- 29 oktober 2026
- Vindplaats
- ECLI:NL:RBZWB:2026:10511 ↗
Een Snapchatfilmpje van vijftig seconden laat een snelheid van 170 kilometer per uur zien. Kort daarna ontstaat op de A4 een ongeval waarbij een andere bestuurder zeer ernstig gewond raakt. Toch kwalificeerde de rechtbank Zeeland-West-Brabant het rijgedrag op 29 oktober 2026 niet als de zwaarste schuldvorm, roekeloosheid. Zij achtte zeer onvoorzichtig en onoplettend rijden bewezen en legde een maximale taakstraf met voorwaardelijke straffen op.
Het onderscheid verdient meer dan een verontwaardigde kop over de hoogte van de straf. Dit vonnis laat drie afzonderlijke beoordelingen zien: wat de digitale gegevens bewijzen, welke schuldvorm daaruit volgt en welke straf in de persoonlijke omstandigheden passend is. De verdediging door S. Visser bestreed de roekeloosheid en vroeg om behoud van het rijbewijs. Op beide onderwerpen bevat de uitspraak een voor de verdachte gunstige uitkomst, zonder dat zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor het ongeval verdwijnt. Vonnis van 29 oktober 2026.
Het filmpje toont niet rechtstreeks de hele botsing
Het ongeval vond plaats op 18 december 2023, rond 05.17 uur, bij Steenbergen. Een Volkswagen Caddy botste tegen de rechterachterzijde van een Land Rover. De Land Rover kwam stil te staan op de eerste rijstrook. Nadat de bestuurder was uitgestapt, botste een Jaguar tegen de Land Rover. Het slachtoffer kwam op het wegdek terecht en werd vervolgens door een Peugeot overreden.
De rechtbank beschrijft het wegslingeren van het slachtoffer bij de tweede botsing als waarschijnlijk. Het vonnis moet op dit detail niet stelliger worden gemaakt dan het is. Wel achtte de rechtbank het ernstige letsel een gevolg van het door de verdachte veroorzaakte verkeersongeval.
Het Snapchatfilmpje werd om 05.15.17 uur geüpload, op ongeveer vierhonderd meter van de plaats van het ongeval. Het liet het instrumentenpaneel met 170 kilometer per uur zien; ter plaatse gold 130. Bij het uploaden was tekst toegevoegd. De korte afstand en tijd, in combinatie met getuigen die de hoge snelheid beschreven, ondersteunden de conclusie dat de verdachte zeer kort voor het ongeval zijn telefoon gebruikte en aanzienlijk te hard reed.
Het juridische werk zit hier in de verbinding tussen gegevens, niet in het overschatten van één opname. De video is geen volledige registratie van de botsing. De rechtbank gebruikt hem samen met plaats, tijd, getuigen en de wijze waarop de Caddy op de voorligger botste. Vonnis, onderdeel 4.
Zeer hoge schuld is nog niet automatisch roekeloosheid
Het OM meende dat roekeloosheid bewezen kon worden. De verdediging bestreed dat en vroeg vrijspraak van het primair ten laste gelegde. De rechtbank volgde haar niet in die volledige vrijspraak: artikel 6 Wegenverkeerswet bleef bewezen. Zij sprak de verdachte wel partieel vrij van de zwaarste schuldvorm.
De rechtbank behandelt roekeloosheid als de zwaarste, aan opzet grenzende schuldvorm en bespreekt de samenhang met artikel 5a Wegenverkeerswet. Daarbij is niet alleen een lijst overtredingen van belang. De rechter moet ook beoordelen wat de feiten zeggen over het opzettelijk in ernstige mate schenden van verkeersregels en de algehele verkeersinstelling in dit concrete geval.
De hoge snelheid, de telefoonhandelingen, het niet voortdurend opletten en het onvoldoende aanpassen van de snelheid waren volgens de rechtbank zeer ernstig. Zij vond deze omstandigheden echter ontoereikend voor roekeloosheid in de bedoelde juridische zin. Het vonnis bevat daarover een vrij korte slotsom. Het legt niet uitvoerig uit welk aanvullend gegeven het verschil had kunnen maken.
Daar ligt ruimte voor inhoudelijk debat. De ernst van het letsel bewijst niet zelfstandig de zwaarste schuldvorm. Andersom mag de juridische afwijzing van roekeloosheid niet worden gelezen als een oordeel dat het rijgedrag slechts een gewone onoplettendheid was. De rechtbank spreekt bij de strafbepaling juist over een zeer hoge mate van schuld.
Het letsel blijft centraal, ook bij een begrensde schuldkwalificatie
Het slachtoffer liep onder meer geperforeerde longen, gebroken ribben en ruggenwervels en aangezichtsletsel op. De rechtbank kwalificeerde dit als zwaar lichamelijk letsel en rekende de verdachte de genomen risico’s zwaar aan. De ernst van het gevolg werd dus niet weggestreept omdat roekeloosheid niet bewezen was.
Voor een letselschadelezer is een ander onderscheid noodzakelijk. Dit is een strafvonnis over schuld, letsel en bestraffing. De gepubliceerde beslissing kent geen zelfstandige civiele schadevergoeding aan het slachtoffer toe. Zij beslist daarmee ook niet over de volledige omvang van alle medische, inkomens- of andere schade.
Een strafrechtelijke bewezenverklaring en een civiele schadeafwikkeling hebben samenhang, maar zijn niet hetzelfde product van deze procedure. Het zou onjuist zijn uit deze uitspraak een reeds toegewezen schadebedrag of een afgeronde verzekeringskwestie af te leiden. Die uitkomst staat er niet.
De verdediging vroeg om een werkbare toekomst zonder de ernst te ontkennen
Bij de strafmaat vroeg Visser om toepassing van jeugdstrafrecht, aandacht voor het tijdsverloop en een voorwaardelijke rijontzegging. De verdachte werkte als vrachtwagenchauffeur en zou volgens het verweer door een onvoorwaardelijke ontzegging zijn baan verliezen. De rechtbank paste niet expliciet het gevraagde jeugdstrafrecht toe; haar genoemde wettelijke grondslagen behoren tot het volwassenenstrafrecht.
Zij week wel af van het aangehaalde oriëntatiepunt van vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en twee jaar rijontzegging. De verdachte had een blanco strafblad, een stabiel leven en volgens de reclassering geen relevante risicofactoren. Hij had vanaf het begin openheid gegeven, toonde spijt en was sinds het ongeval niet opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen.
Ook de verstreken tijd telde mee: tussen het ongeval in december 2023 en de behandeling in oktober 2026 lagen bijna drie jaar. De rechtbank zag het feit, ondanks de ernst, als een incident en had vertrouwen dat het zich niet zou herhalen. Zij legde daarom geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf en geen onvoorwaardelijke rijontzegging op.
Dat ondersteunt een concrete beschrijving van het verdedigingsresultaat. Het rijbewijspunt werd in de uiteindelijke straf gevolgd, en de zwaarste schuldkwalificatie werd niet bewezen. Het vonnis rechtvaardigt geen bredere bewering dat ieder verweer slaagde of dat de advocaat de ernstige schuld wist weg te nemen. Vonnis, onderdeel 6.
Waarom voor de rijontzegging de beslissing zelf moet worden aangehaald
Het gepubliceerde vonnis bevat een intern verschil. In de strafmotivering staat een geheel voorwaardelijke rijontzegging van twee jaar. In het afzonderlijke onderdeel ‘Beslissing’ staat achttien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
| Onderdeel | Wat het gepubliceerde vonnis vermeldt |
|---|---|
| Strafmotivering | Twee jaar rijontzegging, geheel voorwaardelijk |
| Beslissing | Achttien maanden rijontzegging, geheel voorwaardelijk |
| Daarnaast opgelegd | 240 uur taakstraf en twee maanden cel voorwaardelijk |
| Proeftijd in de beslissing | Twee jaar voor beide voorwaardelijke straffen |
Wij nemen voor de opgelegde rijontzegging de expliciete beslissing van achttien maanden over en signaleren de afwijkende motivering. Of een herstelbeslissing volgt, is bij publicatie niet vastgesteld. Het verschil verbergen zou de tekst eenvoudiger maken, maar de lezer minder goed informeren.
De zaak laat daarmee zien waarom verkeersstrafrecht niet wordt uitgelegd met alleen een video, een letsellijst of een vergelijking tussen strafeis en opgelegde straf. De bewijsredenering, schuldvorm en persoonlijke strafmotivering moeten afzonderlijk worden gelezen. Ook een voorwaardelijke straf blijft een straf; ook een gunstige beslissing over het rijbewijs blijft onderdeel van een veroordeling voor een ernstig ongeval. Eventueel hoger beroep is bij publicatie niet vastgesteld.
Bronnen
Een redactionele bespreking van Strafrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →