Rechtspraak Redactionele analyse

De grief stond al in de e-mail: hoe een hoger beroep toch doorging

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
15 september 2026
Meer deelopties
WhatsAppLinkedInE-mail

Het hof zag geen schriftelijke bezwaren tegen het vonnis. De verdachte en zijn raadsman verschenen ook niet op de zitting. Daarom werd het hoger beroep zonder inhoudelijk onderzoek niet-ontvankelijk verklaard. Maar tussen de stukken zat al een e-mail waarin stond dat het appel tegen de opgelegde straf was gericht. Annerieke Stronkhorst kreeg die gemiste proceshandeling in cassatie alsnog beslissend gemaakt.

De Hoge Raad vernietigde de uitspraak op 15 september 2026. Het arrest zelf is kort en verwijst voor de redenen naar de conclusie van advocaat-generaal Van Kampen. Wie alleen het dictum leest, mist daardoor de interessante vraag: wanneer telt een eerder bericht als een grief, ook als het niet langs de meest voor de hand liggende route is ingediend? ECLI:NL:HR:2026:1474 en conclusie ECLI:NL:PHR:2026:672.

De briefwisseling die het verschil maakte

De rechtbank had op 19 juni 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak over onder meer een vals identiteitsbewijs en verkeersfeiten. Op 27 juni werd namens de verdachte hoger beroep ingesteld. De behandeling bij het hof volgde op 10 december van dat jaar.

Ruim vóór die behandeling, op 6 oktober, reageerde de raadsman op een bericht van de intakeafdeling. Hij stelde zich als advocaat, vroeg de stukken op en gaf aan dat er geen onderzoekswensen waren. In dezelfde e-mail stond dat het appel zich tegen de opgelegde straf richtte.

De verdachte en zijn raadsman waren later niet op de zitting aanwezig. Het hof overwoog dat geen grieven waren ingediend en ook geen mondelinge bezwaren waren opgegeven. Omdat het zelf geen reden zag de zaak te behandelen, verklaarde het het beroep niet-ontvankelijk. De voorafgaande e-mail kreeg in die motivering niet de betekenis die zij wel had.

Geen onderzoekswensen is iets anders dan geen bezwaren

De tekst van de e-mail bevatte twee verschillende mededelingen. De verdediging wilde geen nader onderzoek. Zij wilde wel een beoordeling van de straf. Wie de eerste mededeling leest als een algemene verklaring dat niets ter discussie staat, wist de tweede uit.

Dat onderscheid heeft praktische waarde. Een hoger beroep kan gericht zijn op de straf zonder dat daarvoor getuigen moeten worden gehoord of nieuw materiaal nodig is. De wens om bestaande stukken anders te laten beoordelen, is geen onderzoekswens maar kan wel degelijk een reden voor appel zijn.

De cassatie liet daarmee een inhoudelijke functie achter een administratief bericht zien. Een stelbrief of reactie aan een intakeafdeling kan meer bevatten dan informatie over vertegenwoordiging en dossierverstrekking. Het hangt af van de tekst. De conclusie van de advocaat-generaal citeert juist die tekst om zichtbaar te maken wat de verdediging aan het hof had meegedeeld.

Aan een grief worden geen hoge formuleringseisen gesteld

Onder grieven vallen niet alleen uitgewerkte juridische bezwaren tegen specifieke overwegingen. Ook andere gronden voor het instellen van hoger beroep kunnen daaronder vallen. Volgens de in de conclusie besproken rechtspraak worden aan de formulering geen hoge eisen gesteld.

De zin dat het beroep zich tegen de opgelegde straf richtte, gaf aan welk onderdeel opnieuw moest worden beoordeeld. Daarmee kon het hof niet zonder meer aannemen dat helemaal geen schriftelijke bezwaren bestonden. De juridische betekenis werd bepaald door de inhoud van het bericht, niet door een bijzonder opschrift boven de tekst.

Dat maakt een summiere grief overigens niet automatisch tot een overtuigend inhoudelijk betoog. Zij vertelt welke discussie openligt; zij beantwoordt die discussie nog niet. Het resultaat van deze cassatie betreft de toegang tot de beoordeling, niet de vraag welke straf uiteindelijk passend is. De uitleg in de conclusie, §3.3–3.6.

Te laat voor de gewone schriftuurtermijn betekende hier niet afwezig

De e-mail was buiten de termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep verzonden. Zij was ook rechtstreeks bij het gerechtshof ingediend, terwijl de wettelijke route voor de schriftuur uitgaat van de griffie van het gerecht dat het vonnis wees. Dat maakte de klacht niet kansloos.

De conclusie bespreekt eerdere rechtspraak waarin onderscheid wordt gemaakt tussen het niet volgen van die route en het geheel ontbreken van een schriftuur met grieven. Een stuk dat wel vóór de zitting bij het behandelende hof is ingediend met het oog op die behandeling, kan voor artikel 416 lid 2 Sv betekenis hebben.

Die begrenzing hoort erbij. De zaak gaat niet over een bezwaar dat pas na een definitief afgesloten behandeling is bedacht. Het bericht lag vóór de zitting bij het juiste behandelende hof. Juist daarom was de vaststelling dat geen grieven waren ingediend niet begrijpelijk. Het arrest biedt geen algemeen advies om wettelijke termijnen of indieningsplaatsen voortaan onbelangrijk te vinden.

De rol van Stronkhorst was de controle in cassatie

Stronkhorst stelde namens de verdachte het cassatiemiddel voor. Zij wees op de betekenis van de eerder door de raadsman verzonden e-mail. Uit het openbare materiaal volgt niet dat zij die eerdere e-mail zelf schreef. Een zorgvuldige beschrijving houdt die rollen uit elkaar.

De advocaat-generaal adviseerde vernietiging en terugwijzing. De Hoge Raad volgde dat advies en nam de redenen over. Zo werd een eenvoudige, controleerbare proceshandeling alsnog tegenover de motivering van het hof geplaatst.

De waarde daarvan ligt in de precieze aansluiting op de gekozen niet-ontvankelijkheidsgrond. De cassatie hoefde geen nieuwe inhoudelijke discussie over de identiteits- en verkeersfeiten te voeren. Zij maakte zichtbaar dat het uitgangspunt waaronder het hof die discussie afsloot, niet strookte met de aanwezige stukken.

Terugwijzing is een nieuw begin van behandeling, geen vrijspraak

De Hoge Raad vernietigde de uitspraak en verwees de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Het hof moet opnieuw berechten en afdoen binnen die opdracht. Het resultaat blijft beperkt tot vernietiging en terugwijzing: er is geen vrijspraak uitgesproken en geen nieuwe straf vastgesteld.

Ook is niet beslist dat de eerdere veroordeling inhoudelijk onjuist was. Dat onderscheid is belangrijk voor een artikel over een procedurele winst. Een cliënt krijgt een wezenlijke mogelijkheid terug, zonder dat de uitkomst van die nieuwe beoordeling al vaststaat.

Deze zaak verdient uitleg omdat de toegang tot een rechtsmiddel hier niet strandde op een gebrek aan bezwaren, maar op het onvoldoende herkennen van een bestaand bezwaar. Stronkhorsts cassatie bracht dat verschil terug in de procedure. Voor de praktijk is de les concreet: lees een bericht niet alleen naar de administratieve functie waarvoor het is verzonden, maar ook naar de procesinhoud die er daadwerkelijk in staat.

Bronnen: arrest van 15 september 2026, de door de Hoge Raad gevolgde conclusie van 7 juli 2026 en eigen kantoorprofiel Annerieke Stronkhorst. Geen betrokkenheid als auteur of beoordelaar van dit concept verondersteld.

Bij deze analyse

Bronnen

  1. Conclusie P.T.C. van Kampen, ECLI:NL:PHR:2026:672 ↗
  2. Eigen kantoorprofiel van Annerieke Stronkhorst ↗
  3. Hoge Raad · 2026-09-15 · ECLI:NL:HR:2026:1474 ↗

Verder lezen

Een redactionele bespreking van Strafrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →