Rechtspraak Redactionele analyse

Enschede: 74 seconden geweld maken nog geen medeplegen van doodslag

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
29 oktober 2026
Meer deelopties
WhatsAppLinkedInE-mail

Een vrouw overlijdt na ernstig geweld in een woning in Enschede. De bewoner krijgt veertien jaar gevangenisstraf voor doodslag. Een andere man, die haar eerder op die avond heeft geslagen, wordt van de zwaarste verwijten vrijgesproken. Hij krijgt 102 dagen gevangenisstraf en 120 uur taakstraf voor poging tot zware mishandeling. Het verschil tussen die uitkomsten wordt pas begrijpelijk wanneer de handelingen en het bewijs per verdachte worden bekeken.

Het vonnis over de medeverdachte bevat daarvoor meer aanknopingspunten dan de mededeling dat hij eerder vertrok. De rechtbank bakende zijn geweld af tot een periode van één minuut en veertien seconden. Zij vond geen causaal verband met het overlijden en geen bewijs van nauwe en bewuste samenwerking bij zijn geweld. Zijn advocaat Leon de Lange bestreed bovendien dat bij de strafmaat omstandigheden werden betrokken die niet konden worden bewezen. Rechtbank Overijssel, 29 oktober 2026, onderdelen 4 en 7.

De eerste vraag was wie welk geweld had gebruikt

Het onderzoek begon nadat agenten op straat werden aangesproken door een man die vertelde dat hij was mishandeld. Zij gingen naar het genoemde adres en troffen daar de overleden vrouw aan. De bewoner werd aangehouden. Twee andere personen die eerder in de woning waren geweest, meldden zich enkele dagen later bij de politie. De zaak tegen een van hen werd geseponeerd; de andere man stond naast de bewoner terecht.

Dat meerdere personen op dezelfde avond aanwezig waren, maakte hun strafrechtelijke posities niet gelijk. In de zaak van de bewoner baseerde de rechtbank haar oordeel onder meer op DNA-sporen en op het uitgebreide geweld tegen de vrouw. Voorbedachte raad werd niet bewezen. De rechtbank kwam wel tot doodslag en legde veertien jaar cel op. Die beslissing staat in een afzonderlijk vonnis. Het vonnis over de bewoner.

Voor de medeverdachte stelde de rechtbank afzonderlijk vast welke geweldshandelingen aan hem konden worden toegeschreven. Hij erkende een beweging tegen de vrouw te hebben gemaakt, maar noemde die een ‘veeg’. De rechtbank vond die voorstelling onvoldoende passen bij de verklaringen en zijn eigen latere uitlatingen. Zij stelde vast dat hij met kracht had geslagen of gestompt en dat de vrouw daardoor buiten bewustzijn raakte of op de grond viel.

Wat de 74 seconden aantonen — en wat niet

De camerabeelden leverden een gedetailleerde tijdlijn op. De man was boos omdat hij dacht dat de vrouw betrokken was bij de diefstal van zijn fiets. Nadat hij het portiek kort had verlaten, kwam hij terug. Eén minuut en veertien seconden later vertrok hij met een ander. De rechtbank plaatste het bewezen geweld binnen dat tijdvak.

Moment volgens het vonnisBetekenis voor de beoordeling
21.28 uur: de vrouw verplaatst de fiets naar buitenAchtergrond van de boosheid en de vermeende diefstal
Omstreeks 21.32 uur: de man komt na kort vertrek terugBegin van het afgebakende tijdvak waarin zijn geweld plaatsvond
Eén minuut en veertien seconden later: hij vertrektBegrenzing van zijn aanwezigheid en het aan hem toegeschreven geweld
22.08 uur: zijn eigen gewelddadige uitlating wordt vastgelegdEen belastende aanwijzing bij de beoordeling van zijn voorstelling van het incident
03.31 uur: de politie treft het slachtoffer overleden aanDe latere vondst bewijst op zichzelf niet welke eerdere handeling de dood veroorzaakte

De tijdlijn leverde geen volledige reconstructie op van ieder later moment in de woning. Zij hielp wel om het bewezen geweld van deze verdachte af te bakenen. De rechtbank kon op basis van het dossier niet vaststellen dat hij daarnaast andere geweldshandelingen had verricht. Dat onderscheid voorkwam dat alle latere verwondingen zonder nadere onderbouwing aan zijn aanwezigheid eerder op de avond werden gekoppeld. Vonnis, onderdeel 4.

Voor de vrijspraak van de zwaarste feiten bestond overeenstemming

De Lange vroeg vrijspraak van de beschuldigingen die de dood van de vrouw aan zijn cliënt verbonden. Ook het OM vond het causale verband tussen zijn geweld en haar overlijden onvoldoende bewezen. De rechtbank kwam tot hetzelfde oordeel en sprak hem vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde, waaronder de beschuldigingen rond het levensdelict en zware mishandeling met de dood tot gevolg.

Dat is een wezenlijk verschil met een zaak waarin uitsluitend de verdediging een gebrek aan bewijs ziet. De overgebleven discussie ging hier onder meer over de juridische geldigheid van de gewijzigde beschuldiging, het bewijs van de poging tot zware mishandeling en de passende straf. Het verweer tegen de wijziging van de tenlastelegging werd verworpen. Ook de poging tot zware mishandeling werd bewezen.

Daarnaast vond de rechtbank geen nauwe en bewuste samenwerking met anderen bij het geweld dat deze verdachte had gebruikt. Zij sprak hem daarom ook vrij van het ten laste gelegde medeplegen. Causaliteit en samenwerking vormden daarmee twee afzonderlijke vragen. Een klap kon bewezen zijn zonder dat daarmee ook deelname aan de latere doodslag of samenwerking met een ander vaststond.

Poging tot zware mishandeling bleef wel bewezen

Het ontbreken van een bewezen verband met het overlijden maakte de eigen geweldshandeling niet onschuldig. De rechtbank beoordeelde daarvoor het voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel. Zij keek naar het met kracht slaan of stompen, de gevolgen daarvan en de kwetsbaarheid van de vrouw.

De rechtbank zag geen aanwijzingen voor vol opzet om zwaar letsel toe te brengen. Zij vond wel dat de man met zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans daarop had aanvaard. De feiten konden daarom een poging tot zware mishandeling dragen. Dat het uiteindelijke zware letsel in deze beschuldiging niet als voltooid gevolg werd bewezen, staat niet in de weg aan een veroordeling voor een poging.

Hier lopen twee bewijsredeneringen naast elkaar: welke kans op letsel nam de man met zijn eigen geweld op de koop toe, en kan worden vastgesteld dat juist zijn geweld het overlijden veroorzaakte? Het antwoord op de eerste vraag was belastend, terwijl het noodzakelijke verband voor de tweede niet kon worden vastgesteld. Het vonnis laat zien waarom deze vragen afzonderlijk moeten worden behandeld.

De strafmaat vormde een eigen processtrijd

Het OM eiste twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Het betrok daarbij dat het geweld van deze verdachte de eerste schakel vormde in de reeks gebeurtenissen die tot de dood leidde. De Lange voerde aan dat bij die strafredenering omstandigheden werden meegewogen die niet konden worden bewezen. Ook verwees hij naar de oriëntatiepunten voor een voltooide zware mishandeling.

De rechtbank kwam uit op 102 dagen gevangenisstraf, gelijk aan het reeds ondergane voorarrest, en 120 uur taakstraf. Daarmee bleef zij onder de gevraagde gevangenisstraf, maar zij koos wel voor een aanvullende straf voor het bewezen geweld. In de motivering rekende zij de verdachte zijn forse geweld en het bagatelliseren daarvan aan. Zij benoemde bovendien dat de aanval het begin markeerde van een avond waarin de vrouw door buitensporig geweld stierf.

Het vonnis zegt dus niet dat de rechtbank iedere verbinding met de verdere avond uit haar strafmotivering schrapte. Evenmin volgde zij alle verweren van De Lange. Zijn gedocumenteerde bijdrage ligt in het scherp onderscheiden van de eigen handeling, de daarvoor benodigde bewijsstappen en de grenzen van de strafmotivering. Het resultaat was vrijspraak van de zwaarste beschuldigingen en een straf voor de specifiek bewezen poging tot zware mishandeling.

De uitspraken zijn van 29 oktober 2026 en betreffen de eerste aanleg. Een eventueel hoger beroep is bij deze bespreking niet vastgesteld. De belangrijkste les van deze zaak zit in de precisie van de toerekening: de tragische afloop bepaalt het belang van het onderzoek, maar ontslaat de rechter niet van het afzonderlijk vaststellen van ieders handelingen, opzet en bijdrage aan die afloop.

Bij deze analyse

Bronnen

  1. Oorspronkelijke gerelateerde uitspraak · ECLI:NL:RBOVE:2026:6504 ↗
  2. Eigen kantoorprofiel van Leon de Lange ↗
  3. Rechtbank Overijssel · 29 oktober 2026 · ECLI:NL:RBOVE:2026:6505 ↗

Verder lezen

Een redactionele bespreking van Strafrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →