Rechtspraak Redactionele analyse

Onzekerheid over het incident is geen reden om noodweer over te slaan

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, militaire kamer
Uitspraakdatum
24 september 2026
Meer deelopties
WhatsAppLinkedInE-mail

Dat een militair een ander had geraakt en dat daarbij zwaar letsel was ontstaan, stond voor het hof vast. Wat er precies aan voorafging, bleef op onderdelen onduidelijk. Toch kon het hof op 24 september 2026 een noodweerverweer aanvaarden en vrijspreken van mishandeling. Voor de feiten die zo'n verweer dragen, geldt een andere maatstaf dan voor het bewijs van de beschuldiging.

Niels Genemans van Delissen Martens stond de militair bij. Hij voerde concreet aan dat uiteenlopende lezingen een beroep op noodweer niet blokkeren wanneer de verdedigingslezing voldoende aannemelijk is. Het hof volgde die benadering. De bijzondere waarde van het verweer zit in het zorgvuldig scheiden van de vastgestelde handeling, de onzeker gebleven details en de aannemelijk geworden verdedigingssituatie.

Het OM ging in beroep tegen een gunstige beslissing

Het incident vond plaats in Griekenland, waar de verdachte als militair bij een confrontatie met een ander betrokken raakte. De militaire politierechter had hem in december 2023 al ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweer. Het was het Openbaar Ministerie dat tegen dat vonnis hoger beroep instelde.

Dat vertrekpunt hoort bij het verhaal. Deze zaak gaat niet over een advocaat die een eerder opgelegde gevangenisstraf ongedaan maakte. De inzet in hoger beroep was het verdedigen van een voor de cliënt gunstige uitkomst tegenover een nieuwe aanval van het OM. Het hof kwam vervolgens tot een andere juridische beslissing: niet opnieuw ontslag van alle rechtsvervolging, maar vrijspraak van de ten laste gelegde mishandeling. Bron: procesverloop en bespreking van het eerdere vonnis.

Over de klap bestond minder twijfel dan over het incident

Het hof kon niet precies vaststellen wat tussen de twee betrokkenen was gebeurd. Daarvoor liepen de verklaringen te ver uiteen. Wel kon het zonder twijfel vaststellen dat de verdachte een slaande beweging maakte, de ander raakte en dat die daarna viel en zwaar lichamelijk letsel opliep.

Een verdediging moest die concrete vaststellingen dus serieus nemen. Het enkele ontkennen van iedere fysieke handeling zou niet aansluiten bij de beoordeling in het arrest. De kernvraag verschoof naar de omstandigheden waaronder de beweging was gemaakt. Was er een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanval of dreiging? Moest de verdachte zich verdedigen en bleef zijn reactie binnen de noodzakelijke grenzen? Juist die vragen bepaalden de betekenis van de handeling. Bron: oordeel van het hof, de feiten en omstandigheden.

De verdediging benoemde het verschil in maatstaf

Genemans wees erop dat meerdere lezingen van een incident niet betekenen dat een noodweerverweer onmogelijk is. Voor de grondslag van dat verweer gaat het om voldoende aannemelijkheid. De maatstaf is niet dat ieder detail van de verdedigingslezing buiten redelijke twijfel moet zijn vastgesteld.

Het hof zette dat onderscheid uitdrukkelijk uiteen. Enige onzekerheid over de precieze toedracht staat niet in de weg aan een voldoende aannemelijke feitelijke grondslag. Bovendien mag de rechter het aannemelijk maken daarvan niet uitsluitend op de verdachte leggen. Onze stelling is dat die benadering essentieel is voor een serieuze beoordeling van zelfverdediging. Anders zou het enkele bestaan van tegenstrijdige verklaringen een inhoudelijk verweer uitschakelen voordat de relevante omstandigheden worden gewogen. Bron: standpunt van de verdediging en juridisch kader.

De ondersteunde lezing hoefde niet volledig onomstreden te zijn

De verdachte had consistent verklaard dat de aangever boos op hem afkwam en zeer dichtbij stond. Hij zag een arm richting zijn gezicht zwaaien en maakte een beweging waarmee hij de ander raakte. Een getuige ondersteunde zijn lezing dat de aangever uithaalde en de verdachte reageerde.

Het OM plaatste vraagtekens bij die getuige: het vond voorstelbaar dat deze de verdachte naar de mond wilde praten. Het hof zag daarvoor in het dossier en de behandeling geen reden. Het achtte de beschreven gang van zaken voldoende aannemelijk, ondanks overgebleven onduidelijkheid. Daarmee werd het tegenargument beoordeeld in plaats van verzwegen. Een bron is niet betrouwbaar omdat zij voor de verdediging gunstig is, maar evenmin onbruikbaar enkel omdat zij de verdachte ondersteunt. Bron: standpunt OM en feitelijke beoordeling hof.

Noodzaak, verhouding en uitwijkmogelijkheden bleven afzonderlijke vragen

Voldoende aannemelijke feiten zijn nog niet genoeg voor een geslaagd beroep op noodweer. De verdediging moet noodzakelijk zijn en de reactie moet in redelijke verhouding staan tot de aanval. Ook de mogelijkheid om zich aan de situatie te onttrekken speelt een rol. Genemans werkte die onderdelen in het weergegeven verweer uit.

Het hof aanvaardde dat er een onmiddellijke dreiging was toen de aangever uithaalde. De gemaakte beweging was volgens het hof een noodzakelijke en proportionele reactie. Ook vond het voldoende aannemelijk dat er op dat moment geen reële mogelijkheid was om weg te komen. Het gaat dus om een samenstel van vaststellingen, niet om een algemene regel dat wie als eerste wordt benaderd altijd mag terugslaan. Bron: beoordeling voorwaarden noodweer.

Waarom het hof vrijsprak

Het arrest legt uit dat in het begrip mishandeling de wederrechtelijkheid van de gedraging besloten ligt. Wanneer een rechtvaardigingsgrond als noodweer slaagt, ontbreekt die wederrechtelijkheid. In deze tenlastelegging leidde dat tot vrijspraak. Het hof vernietigde daarom het eerdere vonnis en deed opnieuw recht.

Voor een niet-juridische lezer kan het vreemd klinken: de rechter stelt de slaande beweging vast en spreekt toch vrij. Het verschil zit in wat juridisch moet worden bewezen, niet in het wegpoetsen van de fysieke gebeurtenis. Het hof vond het handelen gerechtvaardigd door noodzakelijke verdediging. Die uitleg doet zowel recht aan de ernstige gevolgen voor de aangever als aan de redenen waarom de verdachte daarvoor niet wegens mishandeling werd veroordeeld. Bron: juridisch kader en beslissing.

De schadevordering kreeg een procedureel antwoord

De benadeelde partij vorderde €98.149,70. Die vordering was in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard en werd in hoger beroep opnieuw aan de orde gesteld. Omdat de verdachte niet schuldig werd verklaard aan het verweten handelen, verklaarde het hof de benadeelde partij ook daar niet-ontvankelijk.

Dat is een gunstig onderdeel van de uitkomst voor de verdachte. Het is echter geen door de strafrechter toegekende schadevergoeding aan hem, en ook geen inhoudelijke uitspraak dat iedere mogelijke civiele aanspraak van de benadeelde partij is uitgesloten. Het onderscheid tussen niet-ontvankelijkheid en inhoudelijke afwijzing is belangrijk. Een hoog bedrag in de vordering maakt de procesuitkomst relevant, maar mag niet worden gepresenteerd als een bedrag dat de advocaat voor zijn cliënt heeft verdiend. Bron: vordering van de benadeelde partij en dictum.

De betekenis van het werk van Genemans

De procesbijdrage is in deze zaak concreet af te bakenen. Genemans koppelde de aannemelijk geworden verdedigingslezing aan de juiste beoordelingsmaatstaf en aan de voorwaarden van noodweer. Het hof behandelde die punten en kwam tot vrijspraak. Dat is inhoudelijk specifieker dan de mededeling dat een advocaat een zaak won.

Het arrest geeft geen basis om te beweren dat hij een getuige vond die niemand kende, nieuw technisch bewijs verzamelde of iedere formulering van het hof zelf ontwikkelde. Zulke aanvullingen zijn niet nodig. Het aantoonbare verweer was al betekenisvol: vasthouden aan de juiste juridische vragen terwijl een fysieke confrontatie met ernstig letsel een sterke eerste indruk kan oproepen. De redactie beschrijft die bijdrage zelfstandig; vermelding betekent geen instemming van de advocaat met dit artikel.

Fictief voorbeeld: een onduidelijke ruzie en een concrete dreiging

Stel dat de fictieve militair Daan tijdens een avond met collega's in een woordenwisseling belandt. Verschillende aanwezigen herinneren zich andere woorden en posities. Vaststaat dat Daan een ander raakt en dat die valt. Daan verklaart echter steeds dat de ander van dichtbij naar zijn gezicht uithaalde. Een aanwezige ondersteunt dat onderdeel van zijn verhaal.

Dan moet de rechter niet alleen tellen hoeveel details onduidelijk zijn. Hij moet onderzoeken of de feitelijke grondslag van de zelfverdediging voldoende aannemelijk is en vervolgens of de reactie noodzakelijk en evenredig was. Het voorbeeld is verzonnen. Het zegt niet dat Daans verweer slaagt; een reële uitwijkmogelijkheid of een te zware reactie kan tot een andere beoordeling leiden. Het maakt duidelijk waarom bewijs van de handeling en beoordeling van noodweer afzonderlijke stappen zijn.

Checklist: werk een noodweerverweer feitelijk uit

  • Scheid de vastgestelde fysieke handeling van de omstandigheden die daaraan voorafgingen.
  • Noteer welke concrete dreiging de verdachte waarnam en op welk moment.
  • Vergelijk de verklaringen op de voor het verweer relevante punten, niet alleen op algemene overeenstemming.
  • Onderzoek de reële mogelijkheid om zich aan de confrontatie te onttrekken.
  • Beoordeel afzonderlijk waarom de gekozen reactie noodzakelijk en evenredig zou zijn geweest.
  • Leg uit welke feiten voldoende aannemelijk moeten worden en voorkom verwarring met de bewijsmaatstaf voor de beschuldiging.
  • Beschrijf vrijspraak en niet-ontvankelijkheid van een schadevordering elk met hun eigen betekenis.

Vragen over deze uitspraak

Was de militair eerder tot een straf veroordeeld?

Nee. De militaire politierechter had hem al ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweer. Het OM stelde hoger beroep in; het hof kwam vervolgens tot vrijspraak.

Stond vast dat de verdachte de aangever had geraakt?

Ja. Het hof stelde de slaande beweging, het raken, de val en het zware letsel vast. Het aanvaarde noodweerverweer ging over de omstandigheden en de rechtvaardiging van die handeling.

Moet ieder detail van de noodweersituatie vaststaan?

Nee. Het hof benadrukte dat de feitelijke grondslag voldoende aannemelijk moet zijn. Enige onzekerheid over de precieze toedracht staat daaraan niet noodzakelijk in de weg.

Waarom leidde noodweer hier tot vrijspraak?

Bij de ten laste gelegde mishandeling ligt de wederrechtelijkheid in het delict besloten. Door het geslaagde beroep op noodweer ontbrak die wederrechtelijkheid en sprak het hof vrij.

Is iedere mogelijke schadeclaim daarmee verdwenen?

Dat volgt niet uit het arrest. De benadeelde partij werd in de strafprocedure niet-ontvankelijk verklaard. Dat moet worden onderscheiden van een inhoudelijk oordeel over iedere denkbare civiele aanspraak.

Bij deze analyse

Bronnen

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, militaire kamer · 2026-09-24 · ECLI:NL:GHARL:2026:6219 ↗

Verder lezen

Een redactionele bespreking van Strafrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →